Habibi Hussein – Beschavingsmissie terug van nooit weggeweest

door Axel Leplae

In Habibi Hussein doorprikt regisseur Alex Bakri de nobele illusie van het Europese ontwikkelingswerk. Als de aanstormende weldoeners vooral zichzelf lauweren, laat Bakri het beeld voor een vergeten projectionist spreken.

Een Duitse NGO trekt in 2015 naar de Westelijke Jordaanoever om een bioscoop in Jenin nieuw leven in te blazen. De onderneming wordt geleid door regisseur Marcus Vetter, die ook alles laat vastleggen op film. Daarin staan vooral Vetter en zijn altruïsme in de kijker. Achter de schermen kijkt Alex Bakri onopvallend mee met zijn eigen camera. Tussen de stellingen en slijpschijven ontluikt daar het verhaal van Hussein Darbi, een geroutineerde projectionist die van onschatbare waarde blijkt voor de renovatie.

Bakri geeft Hussein de ruimte waar de Duitse onderneming geen oog voor heeft. We zien zijn knoestige vingers van dichtbij prutsen aan de dood gewaande projectors. Zijn stem spreekt ons toe. Hussein spaart moeite noch kosten om de projector aan de praat te krijgen. Op zoek naar de juiste onderdelen gaat hij van hot naar her. Zijn koppigheid speelt hem soms parten, maar bij elk probleem wordt Husseins hulp ingeroepen. Toch kan het Duitse team hun zelfingenomen en laatdunkende houding tegenover hem en de lokale bevolking niet verhullen. Vetter, die zelf het filmprogramma samenstelt, grinnikt met wat collega’s over Godard en Fellini. Die films zijn “te intellectueel” voor het toekomstige publiek.

Wanneer er nieuwe projectionisten opgeleid moeten worden, doen ze geen beroep op Hussein maar op de Duitse Franz. Vetter laat meermaals vallen dat ze nu eenmaal verder staan op technisch vlak. De koloniale ondertoon steekt de kop op. En toch blijkt al snel dat Husseins kennis en vakmanschap onmisbaar blijft. Franz stond erbij en keek ernaar. “Habibi Franz”, zegt Hussein verzoenend. “Habibi Hussein”, antwoordt Franz glimlachend. Even lijkt er zich een band tussen gelijkgestemden te ontplooien. Echter, wanneer er beslissingen gemaakt moeten worden, hebben de geldschieters het laatste woord.

Hoewel Bakri in eerste instantie onzichtbaar lijkt, laat hij zijn kritiek sterk gelden in de cadrage en montage: wanneer de restauratie erop zit en alle medewerkers persoonlijk dank ontvangen, wordt Hussein als een hond afgeblaft en naar een achterkamer gestuurd. Bij de laatste felicitaties sluipt hij toch naar buiten. Als iemand zich vlak bij de camera luidop afvraagt of Hussein niet bedankt moet worden, zien we hem in de achtergrond als een achtergelaten kind op dat greintje erkenning wachten. Het voorstel wordt weggewuifd.

Het toenemende gevoel van verontwaardiging nestelt zich tot in de klankband. De Duitse ploeg is het Arabisch niet machtig en dus verloopt vrijwel alle communicatie via een tolk. Wanneer het loon van Hussein ter sprake komt, zet Franz de vertaling even op pauze. Moeten ze hem überhaupt betalen? Achteraf moet hij er zelf achter komen dat ze nooit van plan waren hem een vaste baan aan te bieden. “Habibi Franz”, zegt Hussein verzoenend. “Habibi Hussein”, antwoordt Franz smalend.

Op de opening van de bioscoop staat een Europese vrouw de pers te woord in het Engels. Opnieuw loopt Hussein verloren in het spektakel dat hij nota bene zelf heeft helpen verwezenlijken. In een Duitstalig interview benadrukt Vetter nochtans dat dit allereerst een Palestijns project is. Veel Palestijnen zijn er niet meteen te zien. De geschiedenis herhaalt zich misschien niet, maar ze rijmt wel.

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist

subscribe to the newsletter