MOOOV is een collectief verhaal

Interview met Steffi en Marc over de toekomst van MOOOV 

Geschreven door Hadjira Hussain Khan 

In Turnhout begon het ooit klein: één film per avond, een week lang. Vandaag is MOOOV uitgegroeid tot een vaste waarde: een jaarlijks filmfestival met duizenden bezoekers dat wereldcinema naar verschillende Vlaamse steden brengt. 
 
Voor Marc Boonen, die aan de wieg stond van wat nu het filmfestival is, was dat allerminst een uitgestippeld plan. “Ik heb geen filmopleiding gevolgd. Mijn interesse in cinema is gegroeid vanuit de ervaring van het kijken zelf tijdens mijn studentenjaren in Leuven. We waren gewoon liefhebbers die iets wilden doen met film.” 
 
Het festival is door een toevallige samenloop van omstandigheden ontstaan. De mondiale raad in Turnhout organiseerden filmavonden met zogenaamde ‘derdewereldfilms’, maar die gingen door in weinig ideale omstandigheden. “Ze vroegen of ik niet zoiets in de cinema kon doen”, herinnert Marc zich nog goed. Dat er een publiek voor was in Turnhout, bleek al snel. “We hoopten op vijfhonderd bezoekers voor een hele week. Daar zijn we ruim over gegaan.” 
 
Dit jaar gaat Marc op pensioen, het is voor hem dit jaar dus de laatste editie als directeur. Steffi van Bokhoven (29), die ooit als stagiaire begon, zal een deel van zijn rol opnemen. “Ik zie mezelf als onderdeel van een geheel en ben zeker niet dé opvolger van Marc,” zegt ze daarover. “Ik kan alleen maar verder bouwen op wat er de voorbije jaren al is verwezenlijkt.” 

 

Hoe is het filmfestival doorheen de jaren veranderd? 

Marc: “In de jaren ‘90 was wereldcinema zo goed als onzichtbaar in het reguliere filmaanbod, zeker hier in de Kempen. In steden als Brussel of Antwerpen kon je af en toe zo’n film zien, maar die geraakten niet tot hier. Ons doel toen was om inwoners buiten de grote steden toch in contact te brengen met deze films.” 

“Mensen komen niet meer naar het festival om een ‘derdewereldfilm’ te zien, maar om een goede, artistiek film te beleven. Ongeacht waar die vandaan komt.” 

“Filmproductie wereldwijd was toen ook nog veel beperkter dan vandaag. De films die hier terechtkwamen, waren meestal eerst geselecteerd op grote internationale festivals. Pas dan pikten distributeurs ze op en kwamen ze eventueel tot bij ons. Er waren natuurlijk wel enkele grote namen uit Afrika, Azië of Latijns-Amerika, maar dat waren echt uitzonderingen.” 
 
“De grootste verwezenlijking van de voorbije 30 jaar, is de manier waarop we naar ‘wereldcinema’ zijn gaan kijken. In het begin was het festival sterk verbonden met ontwikkelingssamenwerking. We kregen daar ook onze middelen vandaan. Ik herinner me nog een Afrikaanse regisseur die me ooit vroeg waar onze subsidies vandaan kwamen. Toen ik zei dat dat uit ontwikkelingssamenwerking kwam, werd hij boos: ‘Zijn wij dan niet ontwikkeld?’” 
 
“Gelukkig is dat doorheen de jaren veranderd. Vandaag worden we ondersteund vanuit cultuur. Dat zie je ook bij het publiek. Mensen komen niet meer naar het festival om een ‘derdewereldfilm’ te zien, maar om een goede, artistieke film te beleven. Ongeacht waar die vandaan komt.” 

Is dat een vooroordeel dat leeft over MOOOV? 
 
Marc: “Ja, absoluut. Veel mensen denken nog altijd dat MOOOV een festival is met alleen maar zware films: over oorlog, armoede, vluchtelingen. Een soort ‘kommer en kwel’-festival. Dat vooroordeel heeft te maken met het idee dat films uit andere delen van de wereld automatisch ‘zwaar’ of ‘problematisch’ moeten zijn. Alsof het daar alleen maar slecht gaat, en dat je dat dan ook terugziet in die films. Maar dat klopt niet.” 
 
Steffi: “Wat MOOOV toont, zijn geen confronterende, harde nieuwsbeelden op groot scherm. We  vertrekken vanuit mensen zelf: vanuit makers die hun eigen realiteit willen tonen. Filmregisseurs moeten niet voldoen aan commerciele wetmatigheden, we verwachten niet dat ze als het ware ambassadeurs zijn van hun thuisland. Wij maken ook plaats voor andere verhalen: films over liefde, over zelfreflectie, over het alledaagse leven. Niet alles moet draaien rond crisis of conflict.” 
 
Marc: “Wat film toe in staat is, is laten zien hoe grote gebeurtenissen impact hebben op individuele levens. De openingsfilm dit jaar, ‘A sad and beautiful world’, is in die zin een echte Mooovfilm. Twee tegenpolen, Yasmina en Nino, worden verliefd op elkaar, maar de realiteit in Libanon bemoeilijkt hun toekomst samen in het land. Er zitten zoveel scènes bij die voor heel wat mensen herkenbaar zijn. Relevanter kan de film ook niet zijn gezien de internationale politieke context. Toch boet het zeker niet in op artistieke kwaliteit.”  


 

Wat kan nog beter? 
 
Steffi: “Zoals bij veel arthousecinema merken we dat ons publiek nog vaak ouder en vrij wit is. Terwijl we verschillende werelden tonen op het scherm, is die niet weerspiegeld in onze bioscoopzaal. Daarnaast missen we jongeren. Dat is geen gemakkelijk groep om te bereiken, maar dat is geen excuus. Door hen mee te laten programmeren of actief deel te laten uitmaken van het festival, hopen we dat het filmfestival ook hun ruimte wordt.” 

“Terwijl we verschillende werelden tonen op het scherm, is die niet weerspiegeld in onze bioscoopzaal.” 

Marc: “Er zijn ook drempels die minder zichtbaar zijn. Soms heb je voorkennis nodig om onze films te begrijpen. Taal speelt daarbij ook een rol. Als je een film hebt in het Spaans met Nederlandse ondertiteling, en je spreekt geen van beide talen goed, dan wordt het moeilijk. We proberen dat voor een stuk op te vangen door films aan te bieden met Engelstalige ondertitels, maar dat is ook voor niet iedereen de oplossing. Bovendien is het financieel niet altijd vanzelfsprekend.” 
 
Steffi: “Het gaat ook over hoe welkom mensen zich voelen. Als mensen voelen dat het festival niet alleen een veilige plek is, maar ook echt van hen, dan kan dat veel veranderen. Dat is iets waar we nog sterker op moeten inzetten.” 
 
Marc: “We mogen tegelijkertijd ons publiek ook niet onderschatten. Je zou verwachten dat de publieksprijs elk jaar naar de meest toegankelijk film gaat, maar ik heb tot mijn eigen verbazing al verschillende keren gezien dat het juist andersom is. Dat het publiek juist een zeer uitdagende film uitkiest als hun favoriet.” 
 
Wat is de toekomst van MOOOV? 
 
Marc: “MOOOV is als een huis met sterke fundamenten. Dat geeft mij vertrouwen in de toekomst van het festival. Ik ben van nature positief en zie vooral mogelijkheden. Er komen uitdagingen aan, maar ik blijf graag achter de schermen mijn steentje bijdragen.” 
 
Steffi: “Dat gevoel deel ik. Toen ik als student filmstudies aan Marc vroeg of ik stage mocht lopen bij MOOOV, werd ik meteen opgenomen in een warm team. Dat beeld wil ik ook meteen nuanceren: ik zie mezelf absoluut niet als de opvolger van Marc, maar als deel van een geheel. Ik kan alleen maar verder bouwen op wat er al staat.” 
 
Marc: “Dat is het grote verschil tussen mij en Steffi. Zij staat al veel verder dan ik 30 jaar geleden. Ze heeft een sterkte theoretische achtergrond door haar studies, terwijl er in mijn tijd volgens mij zo’n opleiding niet eens bestond. MOOOV heeft een internationaal netwerk, we bezoeken de grote internationale filmfestival zoals Cannes. Steffi kan zich alleen maar nog inhoudelijker verdiepen, en moet zich bij wijze van spreken niet meer bezig houden met praktische beslommeringen zoals hoe je een festivalcafé open houdt. Dat kan alleen maar positief uitdraaien. Ik heb er alle vertrouwen in.” 
 
“Tegelijk heb ik ook altijd het gevoel gehad dat wat we hier hebben opgebouwd, nooit alleen mijn verdienste is geweest. Dat is gegroeid dankzij de mensen rondom mij: het team, de organisaties en instituten die ons gesteund hebben, en ook mijn vrouw, die mij altijd de ruimte heeft gegeven om dit te doen. Het is echt een collectief verhaal geweest.” 

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Ga naar wenslijstje

inschrijven voor onze nieuwsbrief