Gugu wil voetballer worden. Hij woont bij zijn oma Dilma, die door dementie langzaam de grip op de realiteit verliest. Gugu wil zo lang mogelijk bij haar blijven, want daar kan hij zich voluit uitleven met schmink en verkleedkleren. Bij zijn oma is Gugu helemaal zichzelf, en hun warme band beschermt hem tegen de afkeuring van zijn vader en hun kleine gemeenschap. Terwijl Dilma kwetsbaarder wordt, probeert Gugu steeds vastberadener hun ruimdenkende wereldje te beschermen.