media image

The Wound (2017), de debuutfilm en internationale doorbraak van John Trengove volgt een initiatieritueel voor jonge mannen uit de Zuid-Afrikaanse Xhosa-gemeenschap. Tijdens deze zogenaamde Ulwaluko worden de jongens besneden, waarna ze gedurende een paar weken in hutten verblijven tot hun wonde geneest. Ze krijgen een verzorger toegewezen, die hen door het helingsproces begeleidt en tegelijkertijd helpt in de spirituele overgang van jongen naar man. Een bespreking van de werking van dit ritueel volstaat echter niet om de film goed te omschrijven. Eén van Trengoves verdiensten is dat zijn film niet zomaar kan worden gereduceerd tot een etnografisch drama. Hoewel The Wound zeker mag dienen als een document van de Ulwaluko, wordt het al snel duidelijk dat dit overgangsritueel zelf niet de focus is van de film. Trengove gebruikt het onderwerp als een platform om grotere en meer relevante thema’s te communiceren.

Verzorgers Xolani (Nakhane Touré) en Vija (Bongile Mantsai), twee oude jeugdvrienden uit Queenstown, beginnen zonder veel aankondiging een homoseksuele relatie. Of, meer accuraat, ze hervatten er één. De manier waarop Trengove hun handelingen en blikken ensceneert, impliceert dat ze al meermaals gebruik maakten van de Ulwaluko om hun gevoelens voor elkaar te botvieren. Een simpele geste als het doorgeven van een sigaret bevat voldoende emotie om de geschiedenis van hun romance weer te geven, en de posities die de mannen aannemen tijdens hun meer intieme momenten verraden heel wat over hun karakters. Zo transformeert The Wound tot een verhaal over homoseksualiteit in een intolerante gemeenschap. Voor even lijkt het wel een Zuid-Afrikaanse versie van Brokeback Mountain (Ang Lee, 2005), maar het verhaal wordt nog ingewikkelder wanneer Xolani’s inwijdeling Kwanda (Niza Jay Ncoyini), een rijke knul uit Johannesburg, hun relatie opmerkt en in de gaten houdt. De verschuivende verhoudingen tussen de drie hoofdpersonages en de (soms woordeloze) gesprekken over hun gevoelens drijven het verhaal naar zijn climax.

Wat verder opvalt, is hoe Trengove zich, tegen alle verwachting in, niet inschrijft in de traditie van landschapsfilms. Ook hier misleidt hij de kijker even, want hij opent zijn film met een metaforisch shot van een waterval, die ook later in het drama nog figureert. Bovendien lijkt er in het begin van de film een dialoog te bestaan tussen de close ups op zijn personages en de wide shots van de Zuid-Afrikaanse natuur. Toch wordt het geen film waarin het landschap de psychologie van de personages weerspiegelt of kracht bijzet. De minuscule scherptediepte en haarfijne focus van Paul Ozgurs handheld camerawerk zorgen ervoor dat alle aandacht naar de personages gaat, en niet naar hun omgeving. Die is doorgaans helemaal troebel. Ozgur drijft deze techniek zover dat het bij sommige scenes zelfs moeilijk wordt om door de bomen het bos te zien. The Wound is een intiem karakterdrama, en het publiek zal het geweten hebben!

Een andere techniek die ingezet wordt om te allen tijde bij de personages te blijven, is om schijnbaar dode of oninteressante momenten te capteren. De film zit boordevol tracking shots, vaak met dorsale framing, die de kijker uitnodigen om in het hoofd en de geest van Xolani, Vija of Kwanda te kruipen. Dit type shot doet meteen terugdenken aan een hele modernistische filmtraditie, maar Gus Van Sant lijkt hier het grote voorbeeld. De vormelijke kwaliteiten van The Wound hebben veel weg van de haast eindeloze reeks walk-and-don’t-talks uit zijn ‘trilogie van de dood’ (Gerry, 2002; Elephant, 2003; Last Days, 2005). Maar ook inhoudelijk zijn er overeenkomsten, want Van Sants (onderschatte) debuutfilm Mala Noche (1985) is een uitstekend staaltje queer cinema.

Het ligt er vaak wat dik op in The Wound, maar ook de meest memorabele sequentie in de film bevat één van de vele techniekjes die Trengove uit de modernistische trukendoos haalt. De jongens en hun verzorgers vieren het einde van een dag uit het ritueel aan een kampvuur, waar er al snel een ruzie ontstaat tussen Vija en Kwanda. Om zijn frustraties van zich af te schudden, verlaat Kwanda het feestende gezelschap en zondert zich af in zijn chique auto om naar wat technomuziek te luisteren. De boodschap is duidelijk en de scène duurt niet langer dan ze interessant blijft. Dit moment roept herinneringen op aan Steve McQueens Shame (2011), waarin de seksverslaafde Michael Fassbender, na een onaangenaam argument met zijn zus, koptelefoontjes insteekt en gaat joggen in een lange, laterale plan-séquence. Of aan Claire Denis’ US Go Home (1994), waarin een jonge Grégoire Colin, na afloop van een (allicht vreselijke) middelbare schooldag, thuiskomt, loeihard The Animals’ Hey Gip oplegt, een sigaret aansteekt en erop los danst.

David Gunzburg

Young Critics @ MOOOV

Cinea selecteerde en begeleidt 5 jonge schrijvers die verslag uitbrengen over de competitie van MOOOV Filmfestival. De 'Young Critics' van dienst zijn Stéphanie Debaere, David Gunzburg, Sofie Steenhaut, Nana Van de Poel en Michaël Van Remoortere.
Hun pennenvruchten vind je zowel op de blog van Mo* Magazine als op de website van MOOOV!

Meer weten? www.cinea.be