media image

WIND, LANDSCHAP EN MATE

Een huilende wind en blaffende honden weerklinken tijdens de openingsgeneriek van El invierno. Nog voor het eerste beeld op het scherm verschijnt, krijgen we zo al een idee van wat ons te wachten staat: een allegorische vertelling waarin het landschap centraal staat en de winter een metafoor wordt voor dood en verval. Dit lijkt grotendeels ook te kloppen, maar gelukkig heeft deze debuutfilm van Argentijnse regisseur Emiliano Torres nog wat meer te vertellen over het leven in Patagonië.

In het begin maken we kennis met de dagelijkse rituelen van Evans (Alejandro Sieveking), de conciërge van een gigantische schapenranch. Met veel precisie filmt Torres hoe hij zijn honden eten geeft, in de boerderij zijn ronde doet en hoe hij op z’n eentje in de keuken uitrust en mate drinkt. De eenzaamheid van deze oude man te midden van de uitgestrekte vlaktes van het plateau en de dramatische bergtoppen in de verte roept meteen herinneringen op aan Béla Tarrs The Turin Horse(2011).

Maar zijn routine wordt doorbroken wanneer een groep jonge Argentijnse arbeiders hem tijdens de zomer komt bijstaan. De schapen moeten geschoren worden en vervolgens naar de bergen worden geleid om er te grazen. Jara (Cristian Salguero), een man uit de noordelijke provincie Corrientes, is het groentje tussen de arbeiders. Hij is een introvert – zo maakt Torres net iets te duidelijk dat Jara anders is dan de rest – maar leert snel en voert de nodige taken uit zonder te klagen. In zijn vrije tijd, wanneer de andere werkers zich samen amuseren en voetbal kijken, zondert hij zich af en snijdt een paardenbeeldje uit een blokje hout. Ondertussen kijkt de norse, oude Evans toe hoe Jara het respect van zijn kompanen wint, terwijl hij toch de ijverige jongeman blijft wantrouwen. Wanneer de conciërge een bezoek brengt aan zijn werkgever, de huidige eigenaar van de ranch, wordt hij gedwongen op pensioen te gaan – hij zal door Jara vervangen worden. Het zakelijke gesprek tussen de twee mannen is van groot belang voor de film, maar echt interessant is hoe Torres de aandacht stuurt naar kleine details in de scène. Een tocht giert door de kieren van de kamer, maar blijft stil genoeg zodat die de geluidsband niet domineert. En in één van de zeldzame close-ups in de film, zien we Evans de overeenkomst ondertekenen.

Jara moet tijdens de harde Zuid-Argentijnse winter waken over de boerderij om te bewijzen dat hij de nieuwe job aankan. We zien hem nu dezelfde routines doorlopen als Evans. Maar tijdens een gezellige oudejaarsavond met zijn gezin breekt een been af van het houten paardje, dat eerst symbool leek te staan voor geluk en vrijheid. Vanaf dat moment begint El invierno zijn belofte van allegorie in te lossen. De band met de door het noodlot gedreven cinema van Béla Tarr wordt alsmaar sterker, maar het ijskoude tweede deel van deze film heeft nog meer weg van Andrey Zvyagintsevs onheilspellende The Banishment (2007). Zowel Torres als Zvyagintsev werken voornamelijk met een statische camera en passen klassieke opvattingen over compositie toe. Hun beelden zijn wondermooi en de landschappen imposant, maar alles blijft erg braaf. Zelfs wanneer het begint te stormen en de dood in elk hoekje lijkt te schuilen, blijft de vormelijke pracht van de cinematografie het indrukwekkendst.

In dit soort trage, contemplatieve cinema is het bijna een genreconventie geworden om een religieuze dimensie aan de film toe te voegen. Torres kon gelukkig aan deze verleiding weerstaan. Hij vermijdt ook een andere genrevalkuil door niet voor Arvo Pärt-achtige composities op de geluidsband te kiezen, maar enkel natuurgeluiden en wat ambient muziek te laten horen, slechts af en toe aangevuld met dialoog, beperkt tot een absoluut minimum. Meer woorden hadden mogelijk geleid tot meer (en beter) drama, maar het gebrek aan gesprekken tussen de locals stoorde niet; hun stilzwijgen versterkte daarentegen het contrast met de luidruchtige nieuwe Franse rancheigenaars. Echte rancheros zitten liever stil aan tafel, starend naar het niets in de verte, en nippen rustig van hun mate.

David Gunzburg

Young Critics @ MOOOV

Cinea selecteerde en begeleidt 5 jonge schrijvers die verslag uitbrengen over de competitie van MOOOV Filmfestival. De 'Young Critics' van dienst zijn Stéphanie Debaere, David Gunzburg, Sofie Steenhaut, Nana Van de Poel en Michaël Van Remoortere.
Hun pennenvruchten vind je zowel op de blog van Mo* Magazine als op de website van MOOOV!

Meer weten? www.cinea.be